Vergelijking
1. Methodologische vergelijking
Drie benaderingen met elk hun eigen sterktes: van snelle screening tot uitgebreide diagnostiek.
Psychodiagnostisch onderzoek (PO)
Informatiebronnen
Gestandaardiseerde tests (bijv. intelligentie/aandacht), interviews, vragenlijsten ouders/school, klinische observatie.
Zelfrapportage jongere (korte vragenlijst) en rapportage van patronen in executief functioneren (educatief).
Multi-informant: jongere + ouder(s) + optioneel school. Contextvragen (schoolgeschiedenis, thuissituatie) en uitgebreide profielanalyse.
Tijdsinvestering
Meerdere sessies + wachttijd (weken/maanden).
~10–15 minuten en direct resultaat.
~30–45 minuten totaal (verdeeld over informanten) met direct gecombineerd rapport.
Output
Classificatie/diagnostische hypothesen, cognitief profiel, handelingsgerichte adviezen.
Executief functieprofiel (zelfbeeld), psycho-educatie en praktische strategieën.
Geïntegreerd rapport met discrepantie-analyse (wie ziet wat), contextgewogen interpretatie en gepersonaliseerde aanbevelingen.
Multi-informant
Ja: kind, ouders, school (via vragenlijsten en interviews).
Nee: alleen zelfrapportage jongere.
Ja: automatische triangulatie van jongere-, ouder- en optioneel schoolperspectief.
Contextintegratie
Afhankelijk van clinicus: schoolgeschiedenis soms wel/niet expliciet meegewogen.
Beperkt: geen contextvragen.
Structureel: schoolloopbaan, thuissituatie en eerdere ondersteuning worden standaard uitgevraagd en meegewogen.
Bestaande diagnoses
Risico op onvolledige verwerking: in deze casus werd dyslexie terloops genoemd ondanks expliciete melding door ouders én bekendheid bij school-informant.
Niet van toepassing (geen intake).
Gestructureerd uitgevraagd met details (type diagnose, registratie, aanpassingen). Automatische integratie in interpretatie en aanbevelingen.
Kwetsbaarheden
Testdag-effecten, motivatie, contextblinde interpretatie als schoolgeschiedenis niet expliciet wordt meegenomen.
Zelfrapportage-bias (beperkt zelfinzicht), single-informant: vooral geschikt als voorbereiding/gespreksstarter.
Geen gestandaardiseerde cognitieve tests: blijft complementair aan formele diagnostiek, niet vervangend.